Wie serieus traint op hartslag, wil weten of de cijfers op het scherm kloppen. Een smartwatch draag je toch al de hele dag, dus waarom zou je nog een band om je borst doen? Toch zweren veel lopers, fietsers en triatleten nog steeds bij de klassieke hartslagband. Het verschil zit in de manier waarop beide apparaten meten, en dat verschil merk je vooral op momenten dat je het het minst verwacht.
In dit artikel lees je hoe polsmeters en borstbanden werken, wanneer ze betrouwbaar zijn en bij welke sporten de ene optie duidelijk beter past dan de andere.
Twee totaal verschillende meettechnieken
Een hartslagband meet elektrische signalen van je hart, net als een eenvoudig ECG. Elektroden op de band vangen de kleine spanningsverschillen op die bij elke hartslag ontstaan. Daardoor registreert de band elke slag afzonderlijk en kan hij ook de tijd tussen slagen nauwkeurig vastleggen.
Een smartwatch gebruikt optische meting, ook wel fotoplethysmografie genoemd. Groene lampjes schijnen in je huid en een sensor meet hoeveel licht wordt teruggekaatst. Omdat de hoeveelheid bloed in je haarvaten bij elke hartslag verandert, kan het horloge daaruit je hartslag afleiden. Dat is slim, maar het is een indirecte meting die gevoeliger is voor storingen.
Hoe betrouwbaar is een polsmeter?
Bij rustige, gelijkmatige inspanning zoals wandelen of een kalm duurloopje zit een goede smartwatch vaak dicht bij de waarden van een borstband. De problemen ontstaan bij snelle veranderingen. Doe je een korte sprint of intervaltraining, dan reageert een polsmeter vaak met enige vertraging, waardoor pieken te laat of te laag worden weergegeven.
Ook andere factoren spelen mee. Een horloge dat los zit, schuift heen en weer en laat strooilicht binnen. Koude handen zorgen voor minder doorbloeding in je pols. Tatoeages, een donkere huidskleur of veel beharing kunnen het signaal verzwakken. En bij sporten waarbij je je pols veel buigt of hard knijpt, zoals bij gewichtheffen of tennis, raakt de sensor eerder in de war door spierbewegingen.
De sterke en zwakke punten van een borstband
Een borstband geldt nog altijd als de meest nauwkeurige optie voor sporters. Hij volgt plotselinge hartslagveranderingen vrijwel direct en is daardoor ideaal voor intervaltraining en het bepalen van trainingszones. Ook voor metingen van hartslagvariabiliteit is hij geschikter.
Er zijn wel nadelen. Bij het begin van een training kan de band rare waarden geven als je huid nog droog is; een beetje water of elektrodegel op de sensoren helpt. Een oude of vuile band kan schuren en onbetrouwbaar worden, en in koud, droog weer met synthetische kleding kan statische elektriciteit voor uitschieters zorgen. Daarnaast vinden sommige mensen de band simpelweg oncomfortabel.
Welke keuze past bij jouw sport?
De beste keuze hangt sterk af van wat je doet en hoe precies je wilt trainen. Twijfel je over specifieke sporten of trainingsvormen, dan kun je op www.vraageensporter.nl meer antwoorden vinden op allerlei vragen over sport en beweging. Als globale richtlijn helpt het volgende overzicht:
- Hardlopen en fietsen in duurtempo: een smartwatch volstaat meestal prima.
- Intervaltraining en wedstrijden: een borstband geeft veel nauwkeuriger pieken.
- Krachttraining en crossfit: een borstband of een armband rond de bovenarm werkt beter dan de pols.
- Zwemmen: kies een band die speciaal geschikt is voor water, omdat polsmeting onder water lastig is.
- Dagelijks gebruik en slaap: de smartwatch wint op comfort en gemak.
Gebruiksgemak en een tussenoplossing
Het grootste voordeel van een smartwatch is dat je er niet over hoeft na te denken. Je draagt hem toch al, hij meet ook je rusthartslag en slaap, en je hoeft niets extra aan te trekken. Een borstband vraagt meer moeite: omdoen, bevochtigen, verbinden en na afloop uitspoelen.
Gelukkig hoef je niet altijd te kiezen. Veel smartwatches kunnen via Bluetooth of ANT+ verbinding maken met een borstband. Dan gebruik je het horloge voor alledag en koppel je de band tijdens zware trainingen. Een andere tussenvorm is een optische armband om je onderarm of bovenarm; die zit steviger en meet daardoor vaak beter dan een horloge om je pols.
Haal meer uit je meting
Welke meter je ook kiest, met een paar eenvoudige gewoontes verbeter je de nauwkeurigheid. Draag je horloge een vingerbreedte boven je polsbot en trek het tijdens het sporten iets strakker aan. Warm rustig op, zodat je doorbloeding op gang komt voordat je zware stukken doet. Was je borstband regelmatig en vervang hem als de elektroden slijten.
Uiteindelijk is de beste hartslagmeter degene die je consequent gebruikt. Wil je vooral een algemeen beeld van je conditie, dan geeft een smartwatch je genoeg houvast. Train je gericht op zones of wil je elke sprint precies terugzien, dan blijft de borstband de betrouwbaarste partner. Kijk dus vooral naar je eigen trainingsdoelen en kies de meter die daarbij past.